PENSIOENNIEUWS

Lijfrente waarden bewaren

Waarden lijfrente per 31 december 2005 en 31 december 2013 van belang om te onthouden!

Als iemand eerder met pensioen wil gaan dan, is een financiële overbrugging vaak noodzakelijk. Het salaris valt immers weg omdat het pensioen uit de pensioenregeling van de werkgever nog niet uitkeert of de AOW-datum nog niet is bereikt.

Ter overbrugging van deze situatie kon tot 31 december 2005 een overbruggingslijfrente worden gesloten. Het is daarom van belang om de waarde van deze lijfrente per 31 december 2005 op te vragen bij de verzekeraar. Deze waarde kan namelijk - met gebruik van de oude fiscale regels - nog worden gebruikt om een tijdelijke uitkering aan te kopen. De ingangsdatum van de lijfrente is vrij en de looptijd eindigt dan naar keuze in het kalenderjaar waarin het pensioen in gaat, de leeftijd van 65 of de AOW-leeftijd wordt bereikt.

Hetzelfde geldt voor de waarde per 31 december 2013. Voor die waarde kan namelijk een tijdelijke oudedagslijfrente worden aangekocht, waarbij de ingangsdatum dan in plaats van in het jaar waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt kan ingaan in het jaar dat iemand de leeftijd van 65 bereikt. Zeker nu de AOW-leeftijd steeds wordt opgehoogd, is het van belang om ook deze waarde bij de verzekeraar op te vragen en te onthouden.

 

Pensioenrichtleeftijd omhoog van 67 naar 68 jaar

Sinds 2014 is de pensioenrichtleeftijd gekoppeld aan gemiddelde levensverwachting voor de Nederlandse bevolking. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt deze vast. Voor de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw gebruikt men de pensioenrichtleeftijd als 'rekenleeftijd'.

Met het publiceren van een besluit van de Belastingdienst wordt de pensioenrichtleeftijd in 2018 definitief 68 jaar. Dit betekent dat bij de pensioenopbouw vanaf 1 januari 2018 moet worden uitgegaan van deze pensioenrichtleeftijd. Anders ontstaat een fiscaal bovenmatige situatie. Een vergelijkbare situatie met die van 1 januari 2015, toen de pensioenrichtleeftijd van 65 jaar 67 jaar ging. In tegenstelling tot 2015 wijzigen de maximale opbouwpercentages voor middeloon- en eindloonregelingen niet.

Deze wijzigingen zijn ook van invloed op de ingangsdatum en maximale hoogte van een (tijdelijke) oudedagslijfrente.

 

Uitfasering korting eigenwoningforfait

Uitfaseren aftrek wegens geringe eigen woningschuld (Wet Hillen)

Op initiatief van Kamerlid Hillen is in 2005 een regeling ingevoerd, die leidt tot een korting op de bijtelling eigenwoningforfait (EWF) wegens geen of een geringe eigen woningschuld (hypotheek). Deze regeling beoogde aflossing van de eigen woningschuld te bevorderen. Er is recht op korting op het EWF als het EWF hoger is dan de daarop drukkende aftrekbare kosten, zoals hypotheekrente. De korting op het EWF is het verschil tussen het EWF en de aftrekbare hypoheekrente. Hierdoor is de bijtelling EWF niet hoger dan de aftrekbare hypotheekrente. Een belastingplichtige die geen hypotheekrente aftrekt hoeft dus ook geen bijtelling EWF te doen.

Volgens het onlangs aangenomen wetsvoorstel wordt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld in 30 jaar afgeschaft. De uitfasering gaat in 2019 in. Dat houdt in, dat in 2019 de korting op het EWF wegens geen of geringe eigenwoningschuld niet 100% maar nog maar 96 2/3 % bedraagt. Elk jaar daarna wordt het kortingspercentage verlaagd met 3 1/3 procentpunt zodat er met ingang van 2048 geen korting meer geldt.

 

Waardeoverdracht klein pensioen

Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen aangenomen

Tot voor kort was afkoop van kleine pensioenen mogelijk. Afkoop bevorderde de efficiency en verlaagde de uitvoeringskosten, maar leidde tot verlies van de pensioenaanspraken voor de deelnemer.

Op 1 januari 2019 treden onderdelen van de Wet waardeoverdracht kleine pensioenen en verval van heel klein pensioen van de Wet waardeoverdracht klein pensioen in werking. Op 1 maart jongstleden zijn andere onderdelen van het wetsvoorstel in gegaan.

Het doel van het wetsvoorstel is een automatische waardeoverdracht mogelijk te maken van een klein pensioen van een gewezen deelnemer naar zijn of haar nieuwe pensioenuitvoerder. Zo kunnen kleine pensioenen gebundeld worden tot een pensioen van grotere omvang.
De pensioenuitvoerder waar een gewezen deelnemer een klein pensioen heeft, mag de waarde daarvan eenzijdig overdragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder van deze deelnemer. De nieuwe pensioenuitvoerder moet deze waardeoverdracht accepteren.

Het systeem van waardeoverdracht wordt zo eenvoudig mogelijk ingericht en belemmeringen worden waar mogelijk weggenomen. Zo kunnen mogelijkheden van kostenbeheersing en efficiëntie worden gerealiseerd bij uitvoerders. Daarnaast regelt dit wetsvoorstel nog enkele andere onderwerpen die met waardeoverdracht verband houden.

Naast het begrip klein pensioen, introduceert het wetsvoorstel het begrip "heel klein pensioen". Van een heel klein pensioen is sprake als een pensioenaanspraak niet meer bedraagt dan € 2 per jaar. Dergelijke hele kleine pensioenen vervallen, zonder compensatie voor de pensioengerechtigde.

 

Contact

Onze contactgegevens

Fonteijn & Jacobson BV
Parkweg 23A
2271 AD Voorburg
Tel. 088-1600410
info@fonja.nl
Wij zijn ingeschreven bij de Autoriteit Financiële Markten onder nummer 12018311

Fonteijn en Jacobson Pensioenadvies

Stuur ons een bericht en wij nemen direct contact met u op